Carl Bieker, regiocoördinator mobiliteit bij provincie Gelderland

"Groeiende stad, groeiende regio. Station Nijmegen moet mee!"

Carl Bieker is als regiocoördinator mobiliteit provincie Gelderland een van de mensen die dagelijks betrokken is bij het project Centrumzijde Nijmegen. Samen met gemeente Nijmegen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, NS en ProRail realiseert provincie Gelderland in het hart van het Stationsdistrict een nieuwe stationshal, een groener stationsplein, een ondergrondse fietsenstalling, nieuwe busperrons en betere loop- en fietsroutes naar de binnenstad.

 

Passie voor het OV in hart en nieren

Hij is een enorme liefhebber van het openbaar vervoer. Regiocoördinator mobiliteit Carl Bieker reist heel wat af. En dat maakt hem naast een ‘papieren’ professional ook een robuuste ervaringsdeskundige. "Goed en gemakkelijk reizen met het openbaar vervoer in de hele provincie is mijn grote missie." Hij kent de lijnen en verbindingen in de regio dan ook van haver tot gort, ofwel letterlijk van halte tot halte. Laatst ging het mis. Hij zat in de bus en die nam duidelijk een compleet verkeerde afslag. Een net begonnen chauffeur, zo bleek later. Maar Carl was er om te helpen. Hij stapte uit, hielp de bus veilig keren en zorgde dat ze samen weer ‘on track’ raakten. "Ja, kan gebeuren, ik help graag " Een houding met ogen van voren en van achteren, opstaan als het ertoe doet en verbindingen leggen. Met deze eigenschappen draagt Carl al sinds de start met gedrevenheid bij aan de realisatie van project Centrumzijde in Nijmegen.

Hoogste tijd voor aanpak

Hij heeft goed door wat er in Nijmegen moet gebeuren. Dat de westelijke entree nu vorm krijgt, is een pak van zijn hart. Maar daarmee is de stad er nog lang niet. "Het is eigenlijk bizar dat een belangrijk OV-knooppunt als Nijmegen, in de rij van de grote stations in de provincie, nu pas aan de beurt is. Met deze aantallen, deze groei en de huidige staat en capaciteit had je eigenlijk al veel eerder willen ingrijpen." Om hem daarin te begrijpen, hoef je niet veel moeite te doen. Het busstation in Nijmegen kent vele problemen. De capaciteit is zo krap dat een vaste bus op een vaste instapplek onmogelijk is. En dat vraagt weer veel van de informatievoorziening, waaraan een hoop te verbeteren valt. Dat, in combinatie met een onduidelijke oversteek, vormt al een stevige wensenlijst die dan ook al sinds de start van het project op tafel ligt.

Maar er is meer. "De campus groeit, de stad groeit, en daar komt mijn rol als regiocoördinator om de hoek kijken: de regio groeit ook!" Nijmegen kent een ontzettend groot aantal omliggende dorpen en kernen, die allemaal via de bus op stad en station zijn aangesloten. "En op die plekken wordt ook alles meer: functies, aantal mensen, aantal buslijnen." Kortom: een alsmaar groeiend aantal reizigers richting een busstation dat het eigenlijk nu al niet meer aankan.

Smeltkroes van kansen

En hoewel velen wellicht denken dat het hem in het project Centrumzijde alleen om de bussen gaat, denkt deze mobiliteitsspecialist namens de provincie veel groter. "Ja, ik ben van het busvervoer, de lijnen, de capaciteit en het busplein en ook een deel van het lokaal treinvervoer, maar wij kijken als provincie in zo'n project met heel veel andere aspecten mee”. Dat betekent dat Bieker de afgelopen jaren als regiocoördinator mobiliteit intensief met andere beleidsterreinen heeft samengewerkt aan de totstandkoming van de eerste ontwerpen en klanteisen zoals die nu leidend zijn. "Dat was een hele intensieve tijd. Ik ben nu persoonlijk op een andere manier betrokken. Kijk, het project gaat nu weer een andere fase in. Ik zit nog wel in een vast overleg, zodat ik ook in deze fase van alles hoor en weet. En door de eerdere intensieve periode zijn de lijntjes sowieso kort”. Dat is niet alleen afstemmen en wensenlijstjes delen en bewaken. Het is ook samen constant kijken welke kansen binnen het project, en dus voor het gebied en dus voor samenwerking met de provincie er liggen. “We zijn er tenslotte allemaal bij gebaat dat er hier iets moois komt”.  

Verbinding leggen

En dat verbinden van kansen en mensen doet Carl graag en vaak. Hij geeft een voorbeeld: "We gaan dadelijk een stationsplein neerleggen met veel meer groen. Dat betekent dat mensen op het plein straks echt fijn kunnen verblijven. Niet een laag perkje om een randje aan te geven, echt fijn groen. En ik hoor dan tegelijkertijd ook over een groter wordende opgave in klimaatadaptatie voor het gebied. Wat doen we straks met slagregens, wateropvang, hitte en schaduw? En dan denk ik: hier kunnen wij als provincie ook vanuit onze klimaatdoelstellingen intensiever bij aansluiten”. En dus praat hij dan weer een andere groep collega’s in het Huis der Provincie hierover bij. Het is in deze fase eigenlijk een voortdurend proces van elkaar goed op de hoogte houden voordat straks de schop in de grond gaat.

Eigentijdse opgave

Het feit dat Nijmegen als laatste in de regio aan de beurt is voor deze grondige make-over, heeft ook voordelen zo vertelt hij afsluitend. De provincie heeft uit eerdere stationsprojecten veel kunnen leren. Bieker zegt hierover: "Bij fietsenstallingen waren scooters en brommers stallen vaak het sluitstuk. O ja, waar moeten die nog komen? De afgelopen jaren zijn er echter zoveel verschillende vragen qua stalling, van elektrische fietsen tot fatbikes en bakfietsen, dat deze nu al heel vroeg ter sprake komt. Of neem de elektrificatie van bussen: we gaan naar 100%. Het opladen, het gewicht van de bussen, de lengte, dat zijn allemaal zaken waar we nu rekening mee kunnen houden; tien jaar geleden lag dat echt niet zo op tafel. Maar denk ook aan verschillende aanbieders van gedeelde mobiliteit. Deelfietsen bijvoorbeeld, ook zo’n mooie, duurzame faciliteit. En in een studentenstad onmisbaar; daar wil je een goed plekje voor." Het is zomaar weer een toevoeging op alles wat hier nodig is. “We kunnen ook niet op alles en voor iedereen een 10 halen, dat bespreken we met de partners ook zo. We hebben heel veel wensen en uiteindelijk toch allerlei beperkingen, denk maar aan de ruimte”.  Dat er straks een overdekte fietsenstalling komt voor zo’n 7000 fietsen is wel zeker. Hoe precies is nog onderdeel van de uitwerking. Met een glimlach neemt dat hem tenslotte mee naar zijn eerste herinnering als student Sociale Geografie in Nijmegen, inmiddels bijna 45 jaar geleden. "Mijn fiets is hier toen op het station gejat ja, haha. Ja, dat herinner ik me nog wel.”