Jacqueline van Leent, planontwikkelaar bij ProRail

"Als je hier rondloopt, zie je echt iedere keer iets nieuws"

Jacqueline van Leent is planontwikkelaar namens ProRail en een van de mensen die dagelijks betrokken zijn bij het project Centrumzijde Nijmegen. Samen met gemeente Nijmegen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, provincie Gelderland en NS realiseert ProRail in het hart van het Stationsdistrict een nieuwe stationshal, een groener stationsplein, een ondergrondse fietsenstalling, nieuwe busperrons en betere loop- en fietsroutes naar de binnenstad. 

Typisch Nijmegen

Haar allereerste herinneringen aan Nijmegen hebben niets met het station te maken, maar wel alles met een ander lokaal knooppunt. Op de achterbank bij haar ouders, onderweg van Limburg naar haar grootouders op de Veluwe, nam het gezin jaarlijks het Keizer Karelplein. En dat maakte indruk op de jonge Jacqueline van Leent. "Mensen vragen mij wel vaker: wat is nou typisch Nijmegen? En ik vind dat lastig, maar toch denk ik dat voor mij die imposante rotonde, een tikje anarchistisch met tegelijkertijd goed georganiseerde chaos en grandeur, wel heel erg in de buurt komt." Binnenkort boekt ze een short stay in de stad aan de Waal: "Ik wil graag ervaren hoe deze stad is buiten kantoortijden." Om een stad te verbouwen, moet je hem kennen, aldus de planontwikkelaar.

500 puzzelstukjes met plek voor 400

Een plek die zij in Nijmegen al door en door kent, is het stationsgebied. En als er iemand tot nu toe het geweten van het project Centrumzijde mag worden genoemd, dan is het Jacqueline wel. Al vanaf het allereerste begin, jaren geleden, is zij als planontwikkelaar betrokken bij de reis naar een beter station voor Nijmegen. En het boeken van een short stay is exemplarisch voor hoe zij haar rol invult: ze wil en moet alles weten, alles documenteren en alles bespreken. Samen met haar projectpartners trekt zij namelijk de totstandkoming van het hele ontwerp. En dat is niet alleen een puzzel met ontzettend veel puzzelstukjes. "Het is een puzzel van 500 stukjes inpassen op een plek voor 400 stukjes, terwijl de stukjes tijdens het leggen soms ook nog veranderen."

Sommige dingen moeten

Vanuit haar eigen werkgever ProRail krijgt Jacqueline in ieder geval al een duidelijke pot met in te passen stukjes mee. "Dat zijn zaken waar je verder lokaal niet aan kunt tornen, eisen die gaan over veiligheid, doorstroming, capaciteit en oriëntatie." En dat zet in de samenwerking meteen een paar kaders waar bijvoorbeeld de stad aan moet wennen. "Nijmegen doet zo’n project 1 keer in de 25 jaar en wij 25 keer per jaar. Je moet samen een weg zoeken in de ruimte voor lokale invulling. Vaak wil een stad bepaalde zaken ontwerpen of inpassen, en dan botst dat met bijvoorbeeld uniforme eisen die wij stellen aan informatieborden of wegwijzers." Het zorgt soms best even voor wat wrijving, maar door echt met elkaar in gesprek te gaan, wordt dat weer opgelost.  Want als je elkaars eisen en achtergrond kan begrijpen, kun je verder”.

Zij aan zij met de landschapsarchitect

"Samen met de partners wil je dat het station en het gebied eromheen naadloos op elkaar aansluiten, eigenlijk functionerend als een logische machine voor wie, wanneer dan ook." En dat betekent dat ze in haar projectgroep samenwerkt met een enorm scala aan disciplines: van beheerders en mobiliteitsspecialisten tot landschapsarchitecten en ingenieurs. Jacqueline knoopt het aan elkaar en overziet het grotere geheel. "Ik ben er om te zorgen dat er in het integrale ontwerp nergens nog een grens of lijntje ligt: dit is van de gemeente, daar zit een ander tegeltje, dat is van NS, weer een ander tegeltje. Het moet een ontwerp worden dat logisch is voor iedere gebruiker. Ik vergelijk mijn werk wel eens met een waterleidingbedrijf. ’s Ochtend ga je onder de douche, je zet de kraan open en daar komt natuurlijk water uit, vanzelfsprekend. Je hoeft er niet over na te denken, het gaat vanzelf. Daar laat ik mij door leiden: ik wil dit gebied eigenlijk zó ontwerpen, alsof alle gebruikers altijd water hebben. En dat zijn niet alleen de reizigers, maar ook de mensen die hier afspreken of straks wonen."

Ogen op de bal

Het is opvallend, voor iemand die toch de grootste bak papieren op haar bureau heeft liggen, hoe zij hierbij constant de lokale praktijk en aansluiting voor ogen houdt. Ze loopt namelijk nog wekelijks ‘zomaar’ rondjes op het station. Hierin bezoekt ze de verlaten hoekjes, bekijkt ze waar mensen vaak stilstaan, of vangt ze in een gesprek op hoe mensen door het station navigeren. "Ik ben dan ook wel vervelend hoor, dan vraag ik toch even: kan ik u helpen? En zo weet ik waar mensen in de praktijk tegenaan lopen. Een doorn in mijn oog zijn bijvoorbeeld die 3 treden aan de rand van het stationsplein. Daar zie ik mensen echt last van hebben: met de fiets, de kinderwagen, en dan heb ik het nog niet eens over mensen met een rolstoel of slecht zicht. Ik wil een heel inclusief station bouwen."  

Hoopvolle generatie

Ze vindt het project een feestje. “Ik had ook een project met wissels kunnen doen, ook heel belangrijk maar die impact is heel anders, dan zorg ik dat mensen 3 seconden sneller reizen zeg maar. Hier zorg ik dat unheimische plekken verdwijnen, dat je niet meer over die 3 treetjes struikelt. Ik kan echt tastbaar verschil maken.” Op de vraag hoe haar teamleden haar kennen, antwoordt ze dat iedereen wel weet dat duurzaamheid heel belangrijk voor haar is. Ze is ook hoopvol over de generatie die straks van dit station intensief gebruik zal maken. "Je ziet dat voor jongeren het hebben van een auto niet meer zo belangrijk is; ze willen duurzaam van A naar B reizen, dat kan ook met goed en prettig openbaar vervoer. En dat is precies wat we hier aan het doen zijn. Ik hoop enorm dat dat doorzet. We maken ons sterk voor het hergebruik van materialen, we doen veel voor de klimaatadaptatie en het vergroenen van het gebied. Laten we hier samen een van de duurzaamste gebieden van Nijmegen maken!”